zaterdag, 30 oktober 2010

Woord v/d week: STOEMPEN

CONTEXT:
Tijdens die Tour van 1906 keken de wielerjournalisten met open monden naar de klimdemonstraties van Pottier. De meeste coureurs waren indertijd STOEMPENDE zwoegers, terwijl Pottier een frêle stilist was.

BETEKENIS:
louter op kracht fietsen

UITSPRAAK:
[stoem-puhn]

WOORDFEIT:
Stoempen is een wielerterm. Wie stoempt, fietst puur op kracht en doorzettingsvermogen. Sierlijk is het over het algemeen niet: een stoemper zwiept en schudt nogal.
Het van oorsprong Vlaamse stoempen hangt samen met stampen 'de voet met kracht neerstoten': wie stoempt, stampt op de pedalen. Een vergelijkbare klinkervariatie is te zien bij stoemp 'stamp(pot)'.

Bron: Onze Taal

15:13 Gepost door Tal | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.